Meer eigen regie voor de cliënt en een efficiëntere inzet van de huishoudelijke hulp. Plus: persoonlijke groei en thuishulpen die beter voorbereid bij nieuwe cliënten aan de slag gaan. Dat verwachten de net gestarte intakers en hun managers van de nieuwe werkwijze voor het indiceren van huishoudelijke hulp in Simpelveld en Voerendaal.
De intakers Eva Mueller, Nico van Veenen, Alissia Mohren en Linda van Vliet vertellen enthousiast over wat zij van hun nieuwe rol verwachten; tot voor kort werkten ze nog allemaal als thuishulp bij Meander. Ook hun managers Maudy Belle (Simpelveld-Bocholtz) en Angelica Schoormans (Voerendaal) zijn aangeschoven voor het gesprek.
Hier beoordelen intakers van Meander de omvang van de huishoudelijke hulp bij nieuwe cliënten. De intakers gaan meerdere keren bij nieuwe cliënten op bezoek om een goed beeld van de thuissituatie te krijgen. Pas daarna adviseren zij de Wmo-consulent van de gemeente over de omvang van de benodigde huishoudelijke hulp. Bovendien gaat de intaker na de indicatiestelling door de gemeente mee als de thuishulp voor het eerst naar de cliënt gaat. Dat alles gebeurt ook in Simpelveld en Voerendaal, met één verschil: Wmo-consulenten van Voerendaal en Simpelveld gaan mee bij het eerste bezoek van de intaker aan de cliënt. “Dat doen ze om zelf contact met de burger van de gemeente waarvoor zij werkzaam zijn te behouden en om na te gaan of er mogelijk andere ondersteuningsbehoefte dan alleen Hulp bij het huishouden aan de orde is. Bovendien versterkt het de onderlinge samenwerking tussen Wmo-consulenten van de gemeente en de intakers van Meander”, vertelt Angelica.
Evenals de collega’s in Kerkrade, volgden Eva, Nico, Alissia en Linda de compacte training om als intaker aan de slag te kunnen gaan. Waarom ze die nieuwe rol graag op zich willen nemen? Alissia: “Je ziet in de praktijk dat er regelmatig meer huishoudelijke hulp geïndiceerd wordt dan nodig is. Ik denk dat deze aanpak beter werkt en dat die de zelfredzaamheid van mensen versterkt. Bovendien kijk ik met mijn pedagogische achtergrond graag naar de mens achter de cliënt. Ik denk dat ik mij op deze manier verder kan ontwikkelen.” Nico knikt instemmend: “Ik werk vijf jaar als thuishulp en er zijn nog altijd cliënten die denken dat ze zelf niets hoeven doen. Maar iedereen kan iets, zeg ik altijd. En het is ook veel beter voor mensen om in beweging te blijven en zelf meer de regie te houden. Dat is waar we bij Meander voor staan. Ik bied ondersteuning in de huishoudelijke hulp, zeg ik altijd.” Als intaker kun je die rol versterken, merkt Eva op. “Ik ga de uitdaging graag aan”, zegt ze.
Over de training zijn ze alle vier positief. “Ik ben snel geneigd om te veel te doen. Door de training ben ik anders gaan kijken en gaan inzien dat het niet goed is om te veel van mensen over te nemen. Het is juist goed om mensen te stimuleren zelf actief te blijven. Daarnaast ben ik anders gaan kijken naar het werk van de Wmo-consulenten en wat er allemaal bij komt kijken om een indicatie te stellen. Ik denk overigens wel dat het voor ons eenvoudiger is om in te schatten hoeveel tijd iets kost, dat weet je uit ervaring”, vertelt Linda. Angelica vult aan: “Het voordeel is dat de intakers door meerdere bezoeken de ontwikkeling zien; het is geen momentopname.” Maudy benadrukt tot slot het dat het positief is dat de intaker de eerste keer met de thuishulp meegaat naar de nieuwe cliënt. “Zo weet de thuishulp beter wat hij of zij kan verwachten en dat voelt veiliger. En dat maakt het werk van thuishulp weer aantrekkelijker.”•